Margriet Nienhuis-Folkers

2016-11-09-10-17-20

Uitprobeersel: de vlindermethode.

Breuken optellen en aftrekken is best wel lastig, omdat de ‘noemers’ gelijk moeten zijn. Dat is het getal onder de streep. Als je goed bent in tafels, is dat niet zo moeilijk omdat je dan snel de overeenkomst ziet tussen de twee verschillende noemers.

Als je wat minder inzicht in de tafels hebt, is de Vlindermethode een handige manier om breuken bij elkaar op te tellen of af te trekken. Ik zal uitleggen hoe het werkt.

Je begint met het opschrijven van de som, zie het plaatje hierboven.

Je tekent vervolgens de vlindervleugels: verbind met een ovaal de teller van de ene breuk met de noemer van de andere breuk. De + of – staat dan in het lijfje van de vlinder. Teken vervolgens de voelsprieten.

In de vlinder moet je nu alles vermenigvuldigen!

  • Vermenigvuldig de verbonden getallen in de vleugels met elkaar: 3 x 3 = 9 (het antwoord komt in de linker voelspriet) en 5 x 2 = 10 (dat antwoord komt in de rechter voelspriet)
  • Ook de twee noemers vermenigvuldig je met elkaar en dat antwoord komt onder het boogje te staan.┬á (dat is de noemer van het antwoord)

Als je nu de getallen in de voelsprieten bij elkaar optelt (bij een + som), dan zie je het antwoord: 9 + 10 = 19 (dat is de teller van het antwoord)

de teller (19) is bij deze som groter dan de noemer (15), dus zit er een hele in; 15/15 is 1 hele, dan houd je nog 4/15 over. het antwoord is dus: 1 hele en 4/15

Bij de – som moet je natuurlijk de getallen onder de voelsprieten aftrekken; 7 – 6 = 1. Dus is het antwoord: 1/21

Veel succes!

 

Bewaren

Bewaren